West-Vlaanderen

Tielt 22/9/8

 

Deinze S5000009_1

Deinze 2 S5000011_0

mini-44_De_poelberg Tielt

Moment van bezinning aan de Mariagrot op de Poelberg.

http://www.indymedia.be/en/node/27929 

Het Ave van “De Poelberg” werd geschreven ter ere van Maria die nu haar plaats kreeg bij het klooster.

Het was de 16de september 1938 dat men het Ave inzong ter gelegenheid van de inwijding.

Moeder krijgt “Haar” heiligdom.

Het schoonste wellicht dat Moeder Alfonsine vertelde is hoe zij, samen met het volk en met de schoolkinderen van de Poelberg, een heerlijke grot ter ere van Onze Lieve Vrouw heeft gebouwd. Dit verhaal doet een beetje denken aan hetgeen de kronieken uit de Middeleeuwen vertellen over de wederopbouw van de afgebrande kathedraal van Chartres, toen doorheen Frankrijk en West – Europa de mare liep: “Onze Lieve Vrouw van Chartres heeft geen thuis meer!” Of, laat ons zeggen: de bouworde avant la lettre, van vóór de oorlog. Hier laten wij Moeder Alfonsine zelf aan het woord: is dit wat volgt geen “sterk verhaal”, het is in alle geval een verhaal van een sterk geloof en sterke liefde.

Het was in de lente van 1958 dat Zeereerwaarde Moeder Rachel zaliger op bezoek kwam op de Poelberg en, terwijl wij in de tuin aan ’t kuieren waren, me plots zei: “Moeder, ge moogt, zo ge wilt, hier een grotje plaatsen. Men heeft mij tot dat doel een caritate geschonken.” “Zeereerwaarde Moeder, neem het mij niet kwalijk, maar daarvoor voel ik niet veel.” – “Hoezo, is uw liefde voor O. L. Vrouw slechts zo groot?” – “Zeereerwaarde Moeder,wij hebben te veel werk, wij zouden geen tijd vinden om bij dat grotje te gaan zitten. Maar wat ik wel zou wensen is dat hier een grot zou komen, een grote grot.” – “Ik kan uw gedachten niet volgen, Moeder: voor een grotje hebt gij geen tijd, en voor een grot hebt gij er wel?” – “Ik bedoel, Zeereerwaarde Moeder, dat die grot er niet moet komen voor de zusters, maar voor het volk. Er zijn hier zoveel mensen: artiesten, natuurliefhebbers, families die er met hun kinderen de zondagnamiddag eens op uitgaan: ze klauteren de Poelberg op, genieten van het prachtig vergezicht aan beide kanten van de heuvelrug, maar verder hebben zij niets te doen, ze lopen hier als verloren. Mocht er hier een schone grote grot komen, ze zouden de berg opklimmen voor de grot, –  en de rest zouden ze erbij mede op de koop nemen.” Zeereerwaarde Moeder scheen geheel op te gaan in mijn voorstel.

Zeereerwaarde Moeder kon me 4.000 Fr. toestaan, niet slecht voor een begin, maar verre van toereikend voor mijn grootse plannen. Ik stemde er in toe zelf het overige bij elkaar te schooien. Zeereerwaarde Moeder stond er voor in bij deken en bisschop de nodige toelatingen los te krijgen, en ik zag reeds in mijn verbeelding onze mooie grote grot met haar ommuring van groen en de slierten bedevaarders in de meidagen en de zondag namiddagen in het zomerseizoen.

“Kom”, zeg ik tot Zuster Modesta, “we gaan op weg om steen brokken te zoeken. Maar eerst ons werk aan Moeder toevertrouwd!” Op de plaats waar eerstdaags de grot moet komen bidden wij drie weesgegroetjes, en dan op pad. Beneden de berg klampten wij de eerste de beste boer die op zijn veld staat aan. Hij wijst ons naar een hoop omvergeworpen stallingen, een eindje verder. Die steenhoop is eigendom van Mijnheer X, die zinnens is ze aan te wenden bij het metselwerk van een nieuwe aalput. De zaak wordt ons als hopeloos afgeschilderd: wie dat loskrijgt, beweert men, kan ,mirakelen verrichten.

Waarom zou ik het toch niet wagen? Het is toch niet voor mij, het is toch voor Moeder dat ik me al heel deze tijd in ’t zweet loop! Er valt geen uur te verliezen. De wagen van een gedienstige boer voert ons naar de stad. Gelukkig, Mijnheer X is thuis. Wij hebben eerst met zijn dochter te doen, die de boodschap naar haar vader overbrengt. Ik hoor hem zeer duidelijk zeggen: “Ze zal ze niet krijgen.” Wanneer hij op ons toetreedt is zijn blik precies niet zo vriendelijk, en de uitdrukking wordt bepaald onvriendelijk wanneer hij op mijn voorstel antwoord – hetgeen ik reeds wist – dat die stenen bestemd zijn voor een nieuwe aalput.

Maar dan schoot ik bepaald uit mijn krammen. “Mijnheer, ik geloof gerust dat gij zonder stenen geen aalput kunt bouwen, maar ik kan ook voor O. L. Vrouw geen grot bouwen zonder steenbrokken. Het is goed, Mijnheer, het volgende eens te bedenken. Gij zowel als ik, zijn al voorbij onze beste jaren. Wij zullen hier alle twee zo heel lang niet meer lopen. En als dan die dag komt, en ge hebt tijdens uw leven het plezier aan O. L. Vrouw gedaan dat ik u vraag, wel, dan hebt gij een troef in handen bij de Meester. Wie is er die in zijn leven al niet een keer nevens het lijntje loopt? Maar dan zult ge kunnen zeggen tot O. L. Vrouw: Gij weet wel, ‘k heb u daar tijdens mijn leven op de Poelberg dat plezier gedaan. ’t Een plezier is ’t andere waard. Toon nu ook eens dat ge wat kunt!”

“Zuster”, zei Mijnheer X, “zijt gij misschien die non van de Poelberg die alles van de mensen verkrijgt?” “Ja,’k, Mijnheer, ik verkrijg alles van de mensen, en ook uw steenbrokken.” “Gij krijgt ze.”

Nu moest ik boeren vinden die bereid waren om die steenbrokken te halen en tot boven op de berg te krijgen. Het was oogsttijd en dus een uiterst zware inspanning, gespannen tijd. Ik wist dat ik moest voorzichtig zijn; ik mocht het onmogelijke niet vragen; ik moest het werk zoeken te verdelen over meer dan één rug… Maar ik kende mijn volk, en ik wist hoezeer zij Maria genegen waren. Ik klampte een eerste aan. ‘k Vraag u niet veel: alleen dat gij voor één keer uw middagdutje zoudt offeren voor O. L. Vrouw. ‘k Zeg het nu bij voorbaat: ik betaal u niet tenzij
met een sigaar en een glas bier. De rest doet ge gratis voor O. L. Vrouw. Maar denk eraan, mocht ge ooit iets in uw leven mispikkeld hebben, dan zal later bij de eindrekening deze schone daad van liefde misschien uw redding zijn!.

’t Was ’s anderendaags een laaiende, snikhete dag. Een daverende zon, die zonder genade de pikkers op het veld brandde en braadde. Maar mijn mannen kwamen, ze kwamen met vier, met vijf, neen met zes. Drie, vier maal kwamen ze met volle wagens de berg opgereden, soms moesten zij tot vier paarden toe vóór de wagen spannen om boven te geraken. ’t Ging lastig, maar ’t ging. Liefde kan veel als ze gemeend is. Daar lagen de steen- brokken waar ze moesten zijn. De opbouw kon aanvangen. Zij hadden hun plicht gedaan.

’s Anderendaags reeds was de metser daar en de metselaar, en ze voerden van uit de diepte met hun bakwagen hun eerste lading stenen naar boven. Toen het avond geworden was van die eerste dag, kwam de metser mij vinden: “Moeder, zo gaat het niet langer. Van de gehele dag heb ik goed en al slechts twintig stenen boven gekregen, en reeds is mijn bakwagen kapot.” Neen zo gaat het niet langer. ’s Anderendaags ging ik naar de klas van de grootsten?” “Jongens”, zei ik, “een buitenkansje voor sommigen onder u! Al wie niet in de klas gebabbeld hebben tot deze middag, zal mogen stenen halen onderaan de berg en die naar boven dragen!” De gezichten glunderden. De meisjes keken als verslenste bloemen en smeekten om gelijkberechtiging. Deze werd ’s anderendaags toegestaan, toen bleek dat zij tot ’s middags het mondje dicht konden houden. Het schooljaar lag nu reeds op zijn reeuwstro, de examens zaten in kannen en kruiken, en wat was er beter dan enkele dagen opvoeding waarin lenigheidoefeningen zich paarden aan gewichtheffen en werkelijkheidsonderricht? De kielen kregen een Poperingse waste, hetgeen in onze taal betekent dat ze binnenste buiten werden gekeerd, en… ons volkske stormde gillend van begeestering de helling af. Wat kon hun de hitte schelen! Ze kwamen terug, een lange, kleurige processie, ieder met zijn steen, soms met twee, drie zwoegend aan een kanjer die 20 à 30 kg. woog; bovengekomen maakten ze een wijde boog rond de plaats die voor de grot was vrijgemaakt – dit om het stoten en het tegen elkaar aanlopen te vermijden – en, eer ze de steen neerlegden moesten ze een buiging maken als voor een ingebeelde Maria, en luidop zeggen: “Onze Lieve Vrouw, dat is voor u.” “Want” zo had ik hun gezegd,” van uw werk, al doet ge ’t nog zo gaarne, moet ge een offerande maken: dat is uw deel in de grot.” En ze deden het, dat verzeker ik u, met de ernst van congreganisten op retraite. Zo hebben ze drie dagen lang gesjouwd, in die zengende hitte, tot die 60.000 kilo stenen boven op de berg lagen opgestapeld. Ze hadden hun handen vol schrammen en wonden, maar er was geen een die kloeg, nog minder een die sprak van opgeven. Is er wel iets edelmoedigers dan kinderen?

Zo heb ik dan bij de aanvang van de vierde dag de eerste steen mogen metsen. Het werk vorderde langzaam, het nam twee volle maanden in beslag, ook speelden een paar van onze jongens – het was intussen grote vakantie geworden – voor metserdiener. Ik liep de stad rond voor mijn kapellekes, en vond overal sympathiek gehoor. Ik zocht Mijnheer Van Overbergh op in zijn woning langs de Aarseelse steenweg, sprak hem over de voorgenomen beplanting, liet hem zijn allerschoonste sparren uitzoeken, en zei hem: “Maak nu eens uw rekening. En geef deze aan Onze Lieve Vrouw, Zij heeft meer geld dan ik. Want ik bezit geen cent.” Hij deed het en gaf me zijn hovenier op de koop toe die de struiken uitspitte en kwam planten.

Zo hebben wij onze grot gebouwd gekregen, met een beetje geld, met uitermate veel goede wil en Gods vaderlijke milde zegen.

De 16de september was de dag bepaald voor de inwijding. Ik had onze mensen bijeengeroepen en gezegd: “Nu gaan we onze straten versieren: het moet schoon zijn als Tielt op het H. Hartfeest! Aan ieder huis een vlag, aan ieder huis een banderol van één meter waarin, blauw op wit, te lezen stond: “Onze Lieve Vrouw, bid voor ons.” En dan moesten de mensen langsheen de straten sparren planten, waartussen guirlanden liepen van witte en blauwe bloemen. De sparren had ik te Ruiselede bij Mijnheer Billiet besteld: ze gingen, omdat het per hoeveelheid was, 75 centiem het stuk, maar goed uitgerekend, kwam het gehele geval van 800 stuks me o frank o centiem te kosten, omdat het een witblauwe rekening was. Is het geen waar dus dat deze grot in een zekere zin het onbaatzuchtig werk van de ganse steek was en dat wij er mochten op rekenen dat Onze Lieve Vrouw van de Poelberg haar beschermende mantel zou uitstrekken over het gehele gewest?

Dit alles zei ik tot onze mensen die glimden van welgezindheid. En ook sprak ik over de drie grote poorten die dienden opgericht te midden van sparren en dennengroen, waarboven de tekst zou prijken: “Onze Liever Vrouw van Lourdes, bid voor ons.” En de boer van de molen kreeg de opdracht zijn veld plat te rollen van aan de grot tot aan zijn huis, want er zou veel, veel volk komen, en waar moesten die mensen, die de plechtigheid wilden bijwonen anders heen?

Zestien september kwam: het regende te Tielt maar op de Poelberg was het een zachte, zonnige herfstdag. De molen had zich in de vlaggen gezet en keek fierder dan ooit neer op het feestelijk spel van poorten, festoenen, sparren en kleurige bloemen. Het was een begankenis zonder eind naar de grot van in de morgen. En toen in de middag van uit de molen met een jubelend Magnificat het Mariabeeld door witte meisjes onder de grotpoort over de landweg naar de grot werd gedragen, hielden duizenden en duizenden eerbiedig de wacht langs de wegen, op het veld, rond de grot. Het was aandoenlijk en schoon. Er was een ontroering die de keel toekneep, omdat iedereen voelde: “Dat is onze grot, dat is onze Maria, daar hebben wij onze vrije tijd, ons zweet, ons geld, ons offer voor over gehad.” Zo hebben wij aan Moeder op de Poelberg haar heiligdom bezorgd.”

http://home.scarlet.be/~gdierync/Lourdeswebsite/lourdesgrotten/Tielt%20Poelberg.htm

 

tielt poelberg

tielt poelberg2

Info: Joanna Van Bladel

3 gedachten over “Tielt 22/9/8”

  1. Beste,
    Zou u me kunnen vertellen waar u het verhaal over de geschiedenis van de grot in Tielt gevonden hebt? Ik zou dit willen gebruiken in een boek maar zou graag een bronvermelding willen.
    Dank,
    Van harte,
    Ann

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.